Canontegel 8

1674-1702 Stadhouder Willem III krijgt jachtrecht Eemnes

Hoewel de beide Eemnessen stadsrechten hadden, waarmee ze heel veel zaken zelfstandig konden regelen, had ook de Maarschalk van Eemland namens de Staten van Utrecht hier gezag. In de 17e en 18e eeuw verleenden de Staten, soms tegen betaling, rechten aan anderen, die hiermee Hoge of Vrije Heer of Ambachtsheer, dan wel Ambachtsvrouwe werden.

Hoevelen weten het nog? ‘1672, het rampjaar! De regering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos.’ Van drie kanten werd ons land bedreigd: er was oorlog met Frankrijk, Engeland en twee Duitse stadstaten: Munster en Keulen. De Staten-Generaal benoemde prins Willem III van Oranje tot kapitein-generaal en admiraal van leger en vloot van de Republiek der Zeven Provinciën. De Staten van Holland en Zeeland riepen hem uit tot hun stadhouder.

Willem probeerde met een slecht uitgerust legertje weerstand te bieden. De kansen keerden en door taaie volharding van het volk, de vloot en de prins werd een overwinning bereikt. Er werd vrede gesloten. De Staten van Holland en Zeeland verklaarden als dank het stadhouderschap aan het Huis van Oranje voor erfelijk. De Staten van Utrecht Overijssel en Gelderland volgden en benoemden Willem in 1674 tot stadhouder.

Als dank voor zijn verdiensten kreeg de prins op 13 september 1674 van de Utrechtse Staten ‘de Hoge, Midelbare en  Lage Heerlijkheden van Soest, Baarn, Ter Eem en de beide Eemnessen’. Met daarbij, en dat was voor Willem het belangrijkste, de jachtrechten in dat gebied. Datzelfde jaar kocht hij van mr. Jacob de Graaff het Jachthuis Soestdijk. Overigens een koopje, want Jacob had nog wat goed te maken met de Oranjes.

Ontleend aan: Historische Canon van Eemnes.

Afbeelding: nr8.tif  Tekening: Rob du Rieu.

Related posts