Canontegel 10 1714-1922 Periode van ambachtsheren en -vrouwen

Naast de betekenis van ‘handwerksman’, betekende ‘ambacht’ ook ‘een zeker rechtsgebied’. Een ‘ambachtsheer’ had de ‘heerlijke rechten’ over het ambacht. Dat hield bijvoorbeeld in het aanstellen van burgerlijke gezagsdragers, dominee(s) en schippers en de lage rechtspraak. Het recht vererfde en het kon ook op hun echtgenote of een dochter overgaan. Aan hun naam voegden ze de titel toe ‘Heer van …’ of ‘Vrouwe van …’.

De Staten van Utrecht verkochteni n maart 1714 een groot aantal heerlijkheden, dat wil zeggen de heerlijke rechten, die onder het rechtstreekse gezag waren van de Staten. Daaronder vielen ook de beide Eemnessen. Omdat alleen de lage rechtspraak werd verkocht ging het om een ‘ambachtsheerlijkheid’. Ysaac van Norden was de eerste Heer van Eemnes (1714-†1716), waarna zijn weduwe Jannetje Parvé zijn taak overneemt tot haar overlijden in 1735. Zij bestuurt Eemnes vanuit Amsterdam of haar buitenplaats Eemwijk in Wassenaar.

Na een veiling wordt daarop voormalige directeur-generaal van de VOC, Cornelis Hasselaer, eigenaar van de ambachtsheerlijke rechten over beide Eemnessen. In dat jaar koopt hij ook kasteel Groeneveld, maar hij zal maar tot 1737 van alles kunnen genieten. Zijn zoon Pieter erft alles. Hij overlijdt in 1797. Het afgebeelde wapen is dat van de Hasselaers, die als hartschild het wapen van Eemnes hebben toegevoegd. Het prijkt tegenwoordig nog op de gevel van Kasteel Groeneveld.

In 1797 koopt Johannes Sebastiaan van Naamen, Heer van Scherpenzeel, de heerlijke rechten van beide Eemnessen. De bedoeling was dat hij zijn beide zonen elk een heerlijkheid kon nalaten. Tot op heden hebben erfgenamen van Sebastiaan Albertus van Naamen van Eemnes de titel, zonder verdere rechten. Met de Grondwet van 1848 vervielen de meeste rechten. In 1922 werden de laatste kerkelijke benoemingsrechten afgeschaft.

Ontleend aan: Historische Canon van Eemnes.

Afbeelding: nr10.tif  Tekening: Rob du Rieu.

Related posts