De Historische Kring Eemnes vertelt

Al ruim 130 jaar straatverlichting in Eemnes!

De zomer is voorbij en de dagen korten.

Steeds eerder op de avond springt de straatverlichting aan en kunnen we daardoor op een gemakkelijke manier onze weg in het dorp vinden.

Hoe anders was dat vroeger. Meer dan 130 jaar geleden was het in onze gemeente gewoon dat het met het ondergaan van de zon donker werd op straat en pas weer licht werd met het opkomen van de zon. Toen waren ‘de nachten nog echt voor de nacht’!

Hoe anders is het nu waar in het donker nauwelijks nog een onverlicht plekje is te vinden, maar dat is niet vanzelf gegaan en ook de politiek heeft daarin een belangrijke rol gespeeld.

Hoe is het gekomen?

Jan van der Heyden, uitvinder van de brandspuit, maar óók bekend schilder, nam in 1669 in Amsterdam het initiatief om tot een betere straatverlichting te komen. Het gemeentebestuur kreeg dat jaar een door hem uitgewerkt plan om de stad met olielampen te verlichten. Dit ter vervanging van de veelal kaarslantaarns van de burgers, die slecht voldeden.

Een aantal steden volgden, maar op het platteland was de noodzaak kennelijk minder groot. Hilversum kreeg olielampen in 1850 en Bussum gaslampen in 1874. Buurgemeente Baarn deed op initiatief van burgemeester Laan, tevens burgemeester van Eemnes,  in 1859 een proef met verlichting. Er werden 4 lantaarns aan touwen over de weg gehangen en dat werd later uitgebreid met nog eens 12 stuks. Na later gebruik van petroleum werd in 1878 overgeschakeld naar gasverlichting.

In Eemnes niet nodig!

In Eemnes vond men straatverlichting eerst nog niet nodig. De gemeenteraad bemoeide zich hiermee pas voor het eerst in 1877. In de vergadering van 24 november meldt burgemeester Mollerus van Westkerke dat enkele inwoners per brief gevraagd hebben om ‘enige lantaarns te willen plaatsen ter verlichting der openbaare wegen’. Van de 7 raadsleden bleken 5 tegen te zijn; alleen de raadsleden G. Stalenhoef en L. Eek stemden voor. Hiermee is dit onderwerp lange tijd van de baan. Pas 6 jaar later -nu is burgemeester Teding van Berkhout burgemeester en raadsvoorzitter- wordt hierover opnieuw gesproken. In de vergadering van 15 november 1883 wordt voorgesteld om jaarlijks van oktober t/m februari 20 lantaarns op de meest gevaarlijke punten te laten branden. Na bespreking wordt het voorstel in stemming gebracht: 4 stemmen tegen en 3 stemmen voor! Voorstemmers waren weer G. Stalenhoef en L. Eek met nu ook C. Hilhorst. De heer Stalenhoef maakte zich zo kwaad over dit wegstemmen, dat hij meedeelde in beroep te gaan bij Gedeputeerde Staten. Waarschijnlijk heeft dit niets opgeleverd, want in de vergadering van 1 oktober 1885 probeert hij het op een andere manier. Hij krijgt het bij de bespreking van de begroting van 1886 voor elkaar dat men besluit om voorlopig nog geen post ‘straatverlichting’ in de begroting op te nemen, maar daarvoor wel geld te gebruiken wanneer de kas dit toelaat! Burgemeester Jhr. De Beaufort, die in Baarn woonde, zal hierop wel instemmend geknikt hebben.

Kennelijk heeft Eemnes dan toch in 1886 het (straat)licht gezien en 4 lantaarns in het dorp geplaatst, want in 1887 wordt vlak voor de winter door de raad besloten om een 5e lantaarn te plaatsen.  Dat kan dus alleen wanneer er al 4 zijn!

Waarschijnlijk waren alle lampen geplaatst  in buitendijk (het oude centrum), één aan het tolhuis op de kruising Wakkerendijk-Laarderweg-Meentweg en verder op de dijk richting Baarn. De 5e lantaarnpaal kwam in de Kerkstraat te staan. Kennelijk voldeed de verlichting aan een behoefte, want in de winter 1890/1891 werden er nog eens 16 lantaarns bijgekocht.

De lantaarns brandden op petroleum en de voorraad daarvan werd bij de raadsleden Van ’t Klooster en Stoutenburg thuis neergezet, zodat die er toezicht op konden houden!

Electriciteit

In 1913 komt er een grote verandering omdat Eemnes op elektriciteit wordt aangesloten. De gemeente laat direct de straatverlichting moderniseren en vervangt de over de weg hangende petroleumlampen met elektrische lampen. Deze branden op 30 oktober voor het eerst. Het jaar erop worden lampen opgehangen vanaf de Molenweg tot aan de gemeentegrens met Laren.

En wat gebeurde met de oude lampen? De gemeente Huizen had daar wel oren naar; ze werden voor 6 gulden per stuk aangeboden en Huizen kocht de gehele voorraad.

Alleen de lantaarns aan het voormalige tolhuis en aan de Lindeboom bleven hangen.

Related posts