Het zoenen met enige aandrang van een meisje op de Wakkerendijk!

De Hoge Raad der Nederlanden moest in 1860 oordelen over de strafbaarheid.

Het was 2 april 1860 ‘s avonds. De 20-jarige Gerrit Luijf komt op de Wakkerendijk Marretje van de Berg tegen. Een leuk deerntje, waar hij wel verkering mee zou willen hebben. Maar Marretje toonde tot nu toe geen enkele interesse. Opeens komt het in hem op om het anders aan te pakken: hij loopt naar haar toe en grijpt haar bij haar middel en drukt een stevige zoen op haar mond. Marretje probeert zich los te wringen, maar Gerrit heeft haar stevig vast. Ze roept: “Laat mij los”, maar tevergeefs. Gerrit duwt haar naar de andere kant van de weg en kust haar opnieuw. Nu weet ze los te komen en ze rent naar huis, Gerrit beteuterd achterlatend.

Thuis vertelt ze wat haar overkomen is. Op aanraden van haar ouder gaat ze naar de veldwachter en doet ze aangifte. Ze vertelt daarbij, dat ze al worstelend door Gerrit tegen de heg werd aangedrukt, zodat ze niet los kon komen.

In de kleine gemeenschap van Eemnes, nog geen 1500 inwoners tellend, zal dit gebeuren spoedig bij ieder bekend zijn geweest. En ook de gerechtelijke weg werd in die jaren snel bewandeld: op 16 mei stond Gerrit al voor de rechter van de Arrondissement Rechtbank in Amersfoort. De aanklacht luidde: overtreding van artikel 309 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Gerrit werd voor genoemde feiten veroordeeld maar hij ging in beroep tegen dit vonnis. Op 19 juni oordeelde het Provinciaal Gerechtshof te Utrecht anders: hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging en de Staat moest de procedurekosten betalen. Daartegen ging de Officier van Justitie in cassatie bij de Hoge Raad.

Op 9 oktober werd de zaak behandeld. Er werd geconcludeerd, dat de wetsartikelen 309 en 311 verkeerd zijn toegepast. Er is weliswaar een worsteling geweest, maar zonder dat de dader hierbij het oogmerk had haar te mishandelen. Bovendien is bewezen, dat zij niet tegen de heg is aangedrukt. Hiermee werd het vonnis van het Provinciaal Gerechtshof bevestigd en het beroep in cassatie verworpen. Gerrit was ongetwijfeld opgelucht; wat Marretje ervan dacht is niet bekend, maar laat zich raden. De huidige wetgever is bepaald niet makkelijk in zaken van seksuele dwang en zal deze zaak waarschijnlijk als aanranding hebben beoordeeld! Het kan verkeren!

Het arrest van de Hoge Raad werd zoals gebruikelijk gepubliceerd in het Weekblad van het Regt en zo had ook de landelijke pers er kennis van. In het blad de “Nederlandsche Spectator” no 45 van jaargang 1860 verscheen de bijgaande “parlementair satirische plaat” met het onderschrift: “Kussen op den openbare weg, gepaard met eenige worsteling, zonder het oogmerk om te mishandelen, zijn niet strafbaar volgens Art. 311 van Strafregt”.

Wilt u weten of het nog wat geworden is tussen die twee? Nee! Marretje trouwde in 1864 met de Baarnaar Peter van Klaarwater en Gerrit in 1868 met de Soesterse Geertruida Geevering.

(Bron: Eemnessers door de Eeuwen heen, HKE 2002)

Related posts